Logo mooigeldropmierlo.nl
  | Fotonummer: 40b100
Foto: Peter Wijlaars

Oma Olga en de duivel

In het dorp hadden wij een nonnenklooster. De nonnen droegen lange rokken, hadden kappen op hun hoofd en leefden tussen hoge muren. Het zedelijk gedrag van de meisjes werd door hen nauwkeurig in de gaten gehouden. Zo droegen wij 's winters een rok over onze lange broek, want alleen een broek was des duivels. 's Zomers mochten we geen korte broek dragen, dat was te bloot en ook des duivels.

Wij kinderen kregen les van de nonnen en in de derde klas, ik was een jaar of 9, stond zuster Imelda voor de klas. Iedere dag kregen we godsdienstles en vaak sprak zij over de slechte invloed van de duivel die overal op de loer lag. Gewoon in het dorp konden we hem al tegenkomen, maar vooral in de bossen huisde hij. Daar reed hij 's nachts op een bok.

"Waarom rijdt de duivel op een bok?" vroeg ik thuis bij het avondeten. "Die kan mij zelfs niet dragen."
"Dat is een fabel", zei mijn vader. "Het stikt hier in de bossen van de smokkelaars en die willen dat de dorpelingen 's nachts uit de buurt blijven en dus strooien ze het sprookje rond dat de duivel rondwaart op een bok."
"Weet zuster Imelda dat?"
Mijn vader haalde zijn schouders op en stond op om een pot door mijn moeder ingemaakte appelmoes uit de kelder te halen. Toen hij hem openmaakte bleek die bedorven.
"Duivelswerk", mompelde mijn moeder.
"Het zijn bacteriën", antwoordde mijn vader.
"Bacteriën zijn duivels", protesteerde mijn moeder.
"Onzin", zei mijn vader. "De duivel bestaat niet".

Mijn vaders woorden lagen nog vers in mijn geheugen toen zuster Imelda de volgende dag tijdens de godsdienstles over de duivel begon.
"Mijn vader zegt dat de duivel niet bestaat", zei ik.
Woedend keek zuster Imelda me aan, kwam naar me toe en sleepte me naar de hoek. Ik snapte er niets van. Voorzichtig keek ik om, maar ze schudde boos haar vinger. Nog nooit had ik in de hoek gestaan en nu stond ik er uren. Pijn deed het niet, maar ik schaamde me dood. Ik moest blijven staan toen de kinderen naar huis gingen.

"Dat zal je leren", zei zuster Imelda. "Een doktersdochter mag zoiets niet zeggen. Er zijn zeker kinderen die de dokter geloven." Eindelijk mocht ik naar huis en ik vertelde wat er was gebeurd.

"En toch bestaat de duivel niet", zei mijn vader. "Dat mag je namens mij tegen zuster Imelda zeggen." Dat heb ik nooit meer gedurfd.

Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=mooigeldropmierlo.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>